Skip to main content
guest
Join
|
Help
|
Sign In
internetrechtspraak
Home
guest
|
Join
|
Help
|
Sign In
Wiki Home
Recent Changes
Pages and Files
Members
Home
LJN BL8554
Edit
1
…
4
Tags
ambtenarenrecht
internet op het werk
plichtsverzuim
strafontslag
Notify
RSS
Backlinks
Source
Print
Export (PDF)
Centrale Raad van Beroep 11 maart 2010 (Regio Twente), LJN
**BL8554**
De Raad stelt vast dat aard en omvang van het aan betrokkene verweten plichtsverzuim niet in geding zijn. Partijen zijn slechts verdeeld over de vragen of, en zo ja, in hoeverre het plichtsverzuim aan betrokkene kan worden toegerekend en of, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het strafontslag niet onevenredig is.
De Raad is voorts van oordeel dat het betrokkene, na de niet mis te verstane waarschuwing die zijn directeur hem had gegeven, ernstig kan worden aangerekend dat hij zich actief vanaf het e-mailadres van de regio per e-mailbericht heeft aangeboden voor sm-kontakten. De Raad acht het niet voorstelbaar dat betrokkene zich op geen enkel moment bewust is geweest van het laakbare van dit gedrag, van de aanzienlijke schade die hij daarmee toebracht aan de reputatie van de regio, en van de noodzaak - al was het maar in de privé-sfeer - hulp in te roepen bij de bestrijding van zijn obsessie. Ook kan de Raad geen geloof hechten aan de verklaring van betrokkene, dat hij zich niet bewust is geweest van de ernst van de waarschuwing, die hij op 24 maart 2005 van zijn directeur kreeg.
De Raad is voorts van oordeel dat - ook al was er sprake van verminderde toerekenbaarheid bij betrokkene - de aard en ernst van het door betrokkene gepleegde plichtsverzuim zodanig zijn, dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is.
Javascript Required
You need to enable Javascript in your browser to edit pages.
help on how to format text
Turn off "Getting Started"
Home
...
Loading...
De Raad stelt vast dat aard en omvang van het aan betrokkene verweten plichtsverzuim niet in geding zijn. Partijen zijn slechts verdeeld over de vragen of, en zo ja, in hoeverre het plichtsverzuim aan betrokkene kan worden toegerekend en of, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het strafontslag niet onevenredig is.
De Raad is voorts van oordeel dat het betrokkene, na de niet mis te verstane waarschuwing die zijn directeur hem had gegeven, ernstig kan worden aangerekend dat hij zich actief vanaf het e-mailadres van de regio per e-mailbericht heeft aangeboden voor sm-kontakten. De Raad acht het niet voorstelbaar dat betrokkene zich op geen enkel moment bewust is geweest van het laakbare van dit gedrag, van de aanzienlijke schade die hij daarmee toebracht aan de reputatie van de regio, en van de noodzaak - al was het maar in de privé-sfeer - hulp in te roepen bij de bestrijding van zijn obsessie. Ook kan de Raad geen geloof hechten aan de verklaring van betrokkene, dat hij zich niet bewust is geweest van de ernst van de waarschuwing, die hij op 24 maart 2005 van zijn directeur kreeg.
De Raad is voorts van oordeel dat - ook al was er sprake van verminderde toerekenbaarheid bij betrokkene - de aard en ernst van het door betrokkene gepleegde plichtsverzuim zodanig zijn, dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is.